Artikelen

Muzikaal missiewerk van fanfareorkest De Hoop met afsluitend concert

De fanfare als orkestvorm bestaat eigenlijk alleen in de Benelux. Fanfareorkest De Hoop uit Stellendam wil daar verandering in brengen. Tijdens een masterclass kunnen buitenlandse dirigenten kennismaken met de fanfarebezetting. Het missiewerk van een aantal Nederlandse en Belgische orkesten, dirigenten en componisten zet langzaam zoden aan de dijk. Promotie van de typisch Nederlands-Belgische bezettingsvorm fanfare heeft in het buitenland geresulteerd in een aantal hoopgevende projecten. Zo zijn er fanfares opgericht in Oostenrijk (West Austrian Wings), Japan (Nagoya University Fanfare Orchestra), Venezuela (Simon Bolivar-project), Litouwen en Colombia. “Een goede ontwikkeling!”, roept Johan Jansen, voorzitter van fanfareorkest De Hoop uit Stellendam. “Originele muziek voor fanfare komt nu voornamelijk van componisten uit de Benelux. Wanneer de fanfarebezetting internationaal meer bekendheid krijgt, trekt dit ook buitenlandse componisten aan.” Componisten haken niet alleen af omdat ze onbekend zijn met het medium, maar ook omdat schrijven voor de fanfarebezetting niet rendabel is. Jansen: “De afzetmarkt is beperkt tot de Benelux waardoor het voor zowel componisten als uitgevers een stuk minder interessant is.” Volgens Jansen is de aanwas van nieuwe muziek voor fanfares daarom veel beperkter dan voor harmonie en brassband. Door de opheffing van het Fanfarekorps van de Koninklijke Landmacht 'Bereden Wapens' is het aantal nieuwe composities voor fanfare al merkbaar afgenomen. Amateurorkesten in Nederland verstrekken bij gelegenheid van jubilea of WMC-deelname weliswaar regelmatig opdrachten voor nieuwe werken. Maar dit kost de verenigingen veel geld. Daarom wilde fanfareorkest De Hoop de fanfare internationaal in de etalage zetten. Dat begint bij de basis: de dirigenten. Bij in het buitenland opgeleide dirigenten is de orkestvorm fanfare vrijwel onbekend. Samen met Maurice Hamers, Professor aan de Musikhochschule (conservatorium) in Augsburg en tevens componist van diverse fanfarewerken, zette De Hoop een masterclass op touw. Dirigenten van de Musikhochschule in Augsburg, afkomstig uit diverse Europese landen, kwamen daarvoor op 29 en 30 januari naar Ouddorp (ZH). Jansen: ”Dirigenten die nog nooit een fanfare gehoord of gedirigeerd hebben, krijgen de kans om kennis te maken met deze voor hun onbekende orkestvorm. We hopen dat ze zo enthousiast raken dat de fanfare in hun land verder promoten en misschien wel orkesten proberen op te richten. Omdat veel van deze studenten ook componeren, gaan ze mogelijk ook voor fanfare schrijven.”


Het nut van het musiceren in kleine ensembles door orkestmusici.

Een veel gehoorde klacht van musici, beroeps en amateur, die in grote orkesten spelen is, dat na verloop van tijd hun spelcultuur vervlakt. De “fine-tuning” van intonatie, articulatie, frasering, dynamische nuancering etc. is aan hoorbare slijtage onderhevig. Met name tutti-spelers signaleren deze nivellering in hun spel. In veel symfonieorkesten met grote strijkersgroepen wordt dit probleem enigszins ondervangen door binnen de groepen te rouleren, per productie of per periode. Uiteraard blijven de groepsaanvoerders op hun vaste plek. Dit heeft als voordeel dat bepaalde musici niet altijd in de luwte van de achterste lessenaars zitten. Er zijn zelfs orkesten, met name in “oude muziek” gespecialiseerde ensembles, waar gewisseld wordt tussen 1e en 2e violen. Iedereen is dus “violist”. In veel toporkesten zijn de musici verplicht om, naast hun orkestdienst, ook regelmatig in kamermuziekgroepen te spelen. Ik heb de indruk dat in de amateursector minder initiatieven worden ontplooid om musici in kleinere formaties zonder dirigent te laten spelen. Er valt veel artistieke en psychologische winst te behalen uit het spelen in kleine ensembles. Essentieel is daarbij dat ieder instrument enkelvoudig of ten hoogste dubbel bezet is. Het spelen zonder dirigent dwingt de musici om intensief naar elkaar te luisteren en om er zich van bewust te worden naar welk instrument of welke groep geluisterd moet worden. De spelers van een melodie b.v. moeten oorcontact hebben met de ritmische puls van de begeleidende stemmen. Ook het belang van oogcontact wordt evident. Wie neemt op welk moment het initiatief? In symfonieorkesten is duidelijk te zien dat het initiatief voor een gezamenlijke inzet vaak door één blazer gegeven wordt. Omdat iedereen er door de solistische bezetting alleen voorstaat worden de spelers zich bewust van hun persoonlijke verantwoordelijkheid. Daarom is het spelen in kleine ensembles uitermate geschikt om vaardigheden op het gebied van articulatie, frasering, ritmische souplesse, intonatie, toonvorming e.d. aan te scherpen. Het spelen zonder dirigent betekent ook, dat het ensemble zelf het gevoel voor een collectieve ritmische puls moet ontwikkelen. Er zijn dirigenten die (soms) bewust onduidelijk takteren om de musici te dwingen naar elkaar te kijken en te luisteren. Dat kan een nuttige tactiek zijn , net als het tijdelijk niet dirigeren en het orkest op eigen kracht laten spelen in de repetities. Belangrijk is dat ensembles door een ervaren coach worden begeleid en gestuurd. Uitgangspunt daarbij is, dat de musici eigen initiatieven leren nemen en, onder deskundige leiding, leren om hun problemen op het gebied van samenspel en intonatie zelf op te lossen. Het is goed mogelijk dat de coach zelf meespeelt in de groep, als hij of zij een ervaren kamermuziekspeler is. Maar dat is niet noodzakelijk, alleen meeluisteren, observeren en sturend optreden is ook heel nuttig. Een belangrijke vraag is: wie doet er mee aan dit soort projecten? De deelnemende musici moeten niet alleen bereid, maar ook in staat zijn om de zorgvuldig op technische speelbaarheid en artistieke meerwaarde geselecteerde werken te spelen. Er is een groot repertoire voor allerlei verschillende blazersbezettingen, sterk uiteenlopend in moeilijkheidsgraad, van operaselecties voor zgn. “Harmoniemusik” tot de “Kleine Dreigroschenmusik” van Kurt Weil, van de “Petite Synphonie” van Gounod tot de Serenade opus 7 van Richard Strauss. Veel 20e -eeuwse componisten hebben zeer gevarieerd werk geschreven voor allerlei combinaties van blaasinstrumenten. Het zelfde geldt ook voor de symfonische sector. Een ander punt van discussie is, worden dit soort projecten afgerond met een openbare presentatie? Wanneer naar een duidelijk einddoel wordt toegewerkt zal de motivatie van de spelers gestimuleerd worden. Dit heeft alleen zin als de prestaties het stadium van de goede bedoelingen zijn gepasseerd. Wellicht is het ook mogelijk om, wanneer een kleine groep binnen het orkest goede resultaten boekt, één of meer van de stukken waaraan zij gewerkt hebben in de optredens van het grote orkest te integreren. Ideaal is, wanneer spelers de verworvenheden, verkregen door het onder eigen verantwoordelijkheid musiceren in een kamermuzikale context, meenemen naar hun functioneren in het grote orkest. Het doel van ons streven moet zijn om een groot symfonie- of blaasorkest te laten spelen met de oren en ogen van een kamermuziekgroep.

Jan Stulen


Componist Sytze Pruiksma en 250 HaFaBra-muzikanten geven uniek concert op 30 januari

Birds & Brass is ode aan Friese landschap

Hoe krijg je negen HaFaBra-orkesten met 250 muzikanten in de gemeente Opsterland zo ver dat ze in één show uiteenlopende stukken over natuur en vogels spelen om vervolgens enkele klankimprovisatiewerken gezamenlijk uit te voeren. Een ode aan het Friese cultuurlandschap. Daarvoor heb je iemand nodig die goed aanvoelt wat er in de Friese HaFaBra-wereld leeft en die mensen inspireert om het een keer eens anders te doen. Zo’n persoon is muzikant, componist èn vogelaar Sytze Pruiksma. Als artistiek leider van King of the Meadows wil hij in juni 2018 de grutto als hoofdrolspeler in zijn culturele programma uitzwaaien met misschien wel het grootste HaFaBra-concert ooit. De start is echter in Beetsterzwaag, waar op zaterdag 30 januari 2016 negen orkesten van de Federatie van Opsterlandse Muziekverenigingen (FOM) de aftrap van een heuse estafette verzorgen.

Onder de titel Birds & Brass spelen de Opsterlandse orkesten zelf uitgekozen werken rond de thema’s natuur, landschap en vogels. In het tweede deel van het concert spelen de gezamenlijke orkesten het voor HaFaBra gearrangeerde stuk Reade Skries van de Friese componist Sytze Pruiksma en wordt gezamenlijk het klankimprovisatiewerk In C van de Amerikaanse componist Terry Riley opgevoerd, beide minimalistische werken waarbij klankbeleving centraal staat. De uitvoering is beslist uniek te noemen en in de HaFaBra-wereld gaat het zelfs om een wereldpremière. De negen orkesten staan opgesteld in een U-vorm en worden geleid door negen dirigenten die gezamenlijk de composities spelen.

Verhalen vertellen

Kijk”, zegt Sytze, “ik ben een verhalenverteller. Wat mijn partner Nynke Laverman doet met zang en tekst, doe ik met muziek en klank. Naast de Friese taal, is het landschap voor mij een bron van inspiratie, van ontmoeting en mystiek, van genieten en tot rust komen. Tegelijk maak ik me ernstig zorgen over de staat van het landschap. De betekenis van wat je ziet, verandert als je er meer over weet. Zo kan ik genieten van mijn uitzicht, thuis in Weidum. Tegelijk weet ik nu dat het glad gemaaide, groene industrieland zo dood is als een pier en dat er daarom geen insect en weidevogel meer te bekennen is. Het is niet wat het lijkt! Daarom ben ik met hart en ziel verbonden aan het burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, een verhaal dat moèt worden verteld.”

Dat doe ik vaak samen met Theunis Piersma, hoogleraar trekvogelecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Met hem ging ik voor het eerst mee naar Banc d’Arguin in Mauritanië, één van de grootste Waddengebieden ter wereld. En zo werd ik de wereld van de ‘skries’ (grutto) ingetrokken. Die ontmoetingen, ervaringen en dat weten zijn de inspiratie voor de productie Birds & Brass. Ik wil graag muzikanten en publiek op een andere manier naar hun omgeving laten kijken; het Friese cultuurlandschap met zijn weidevogels dat op het punt staat te verdwijnen. Dat is misschien wel de kern van wat ik wil overbrengen, mensen wijzen op de grote waarde van ons landschap en het rijke leven daarin. Dat ze opnieuw gaan kijken en luisteren als ze er doorheen rijden, fietsen of wandelen, en denken: het is toch uniek wat we hier hebben.”

Muziek verbindt

“Spannend en artistiek best een uitdaging”, vertelt Johannes Terpstra. Terpstra heeft een dubbele taak bij de bijzondere productie. Als adviseur muziek bij Keunstwurk denkt hij samen met Pruiksma over het voornemen om in 2018 ruim tweeduizend muzikanten bij elkaar te krijgen in één groots afscheidsconcert voor de grutto. In Beetsterzwaag vindt hiervoor het startschot plaats. Tegelijk leeft bij hem als dirigent de wens dat het gezamenlijk musiceren gekoppeld aan een thema veel mensen aanspreekt, en gaat leiden tot meer betrokkenheid van dorpen en wijken bij hun directe omgeving.

“En dat is niet alleen het landschap, maar ook de onderlinge verbondenheid en de sociale structuur op het platteland. Muziek in welke vorm dan ook is daarbij ongelooflijk belangrijk. Het is goed voor de ontwikkeling van kinderen, brengt mensen bij elkaar, zorgt voor ontspanning en plezier en geeft individuen en de gemeenschap letterlijk en figuurlijk een instrument om verhalen te vertellen. Het verhaal van grutto bijvoorbeeld die het, net als veel orkesten, moeilijk heeft om te overleven. Je moet mensen in het hart zien te raken. Dat lukt vooral als er betrokkenheid is, de thematiek herkenbaar en dichtbij is en als je over een paar ambassadeurs kunt beschikken die het verhaal oprecht uitdragen. Dat willen wij als muzikanten en orkesten gezamenlijk op gang brengen. Wij zitten al in de haarvaten van de Friese samenleving. En als de HaFaBra-wereld ergens voor gaat, moet je eens zien wat je dan allemaal kunt bereiken!”

Next level

Die conclusie onderstreept Siepy Hoekstra van harte. De FOM-voorzitter is al geruime tijd bezig met het inzetten van nieuwe ontwikkelingen in haar gemeente. Speerpunten zijn het jeugdbeleid en de samenwerking met andere organisaties. Kinderen laten musiceren met elkaar, met verschillende instrumenten en aansluiten bij scholen. Het FOM jeugdorkest is nieuw en krijgt een belangrijke rol tijdens het concert. Door alle bezuinigingen en het sluiten van muziekscholen staat de aanwas van nieuwe leden bovendien onder druk. We zullen nieuwe wegen moeten vinden om vooral jonge muzikanten aan ons te binden. In ons nieuwe beleidsplan benadrukken we de maatschappelijke waarde van de orkesten in veel dorpsgemeenschappen. Maar we zullen zo nu en dan wel uit onze comfortzone moeten stappen, moderne stukken spelen die de jeugd aanspreekt, de cross-over zoeken en onderling meer samenwerken, maar ook met ouders en basisscholen. Via Johannes kwamen we in contact met Sytze en zo is het balletje gaan rollen.”

 

“Dat we enkele maanden later al samenwerken met negen orkesten in deze grote productie, zegt genoeg over de motivatie bij de korpsen. Natuurlijk is het mooi dat je in je eigen dorp kunt beginnen, maar tegelijk is goed dat we het experiment aangaan. Dat we net als in het ‘echte’ leven leren improviseren. Best spannend, maar als je het verhaal goed brengt, ook erg leuk om te doen. Verheugend is dat het publiek over het algemeen erg positief reageert, zoals we recent zelf konden ervaren tijdens een coproductie met vier orkesten. Met Bird & Brass denken we die uitdagende productie te hebben gevonden die de FOM-leden naar the next level kunnen brengen.”

 

Route naar 2018

Samen met Johannes Terpstra is een route uitgestippeld die in 2018 moet leiden tot het XL-concert met muziek, dans en video. Hierbij worden zo’n tweeduizend muzikanten verwacht die tijdens een openluchtvoorstelling het publiek letterlijk zullen omringen en overweldigen met klanklandschappen. Zo zal elke vereniging/ federatie zijn eigen verhaal hebben waarom hij/zij meedoet aan dit project. Voor de FOM is dat zij een impuls wil geven aan de samenwerking in de regio en zich in wil zetten als ambassadeur om de route succesvol te laten verlopen.

Doordat het project over de hele provincie wordt uitgerold, ontstaat er nieuwe samenwerking tussen muzikanten onderling, de muziekverenigingen, muziekaanbieders, culturele instellingen, basisscholen en gemeentes. Ook biedt het zo een nieuw platform voor de uitwisseling van kennis en ervaring, het opzetten van weer nieuwe samenwerkingsprojecten en gezamenlijke opleiding, studiedagen en bijvoorbeeld jeugdweekenden.

Opsterland heeft de primeur. Doel is echter dat tijdens een repriseconcert in juli 2016 het stokje wordt doorgegeven aan de andere Friese muziekfederaties die bijna negentig orkesten vertegenwoordigen. Zo zal het project de komende jaren door de provincie reizen om uiteindelijk in 2018 uit te monden in misschien wel het grootste HaFaBra-optreden ooit.

Birds & Brass vindt plaats op 30 januari a.s. in de sporthal van Revalidatie Fryslân, Hoofdstraat 3, 9244 CL Beetsterzwaag. Het concert begint om 20.15 uur; de entree is € 10, -.